Direct naar paginainhoud

Vindplaats De Visserijoorlog (Hout / langs A27)

Eén van de drie wrakken van waterschepen in Almere ligt heel dicht bij de A27. Zo dicht dat er een speciale muur moest komen om het wrak te beschermen. Het wrak is meteen na de vondst bedekt met aarde om het te bewaren. Nu wonen er oeverzwaluwen in die muur.

Het schip is een visboot uit de 16de eeuw. Het zonk 4 kilometer uit de kust op een zandbank. Toen het wrak in 1978 werd gevonden, staken houten stukken boven de grond uit. Dit kwam door de ondiepe plek en de oude zeebodem.

In het wrak vonden archeologen een zware ballaststeen. Die hielp het schip stabiel te blijven, hoewel het eigenlijk geen ballast nodig had. Het schip was sterk en veilig om mee te varen, ook zonder ballast.

Waterschepen werden gebruikt om gevangen vis van vissers te halen en naar de markt te brengen. Ze visten soms ook zelf, vooral toen de ansjovisvangst in de 17de eeuw populair werd.

Deze boten deden ook andere taken. Ze haalden vracht van grotere schepen op die niet dicht bij de kust konden komen. Soms werden ze zelfs gebruikt om grotere schepen te slepen of als bewapende schepen in oorlogen, zoals de Tachtigjarige Oorlog.

In 2009 onthulde burgemeester Annemarie Jorritsma een kunstwerk bij het wrak. Kunstenaar Egon Schrama maakte het naar een verhaal uit de 16de-eeuwse visserijoorlog. Vissers plaatsten toen houten palen onder water om tegen andere vissers te vechten. Het kunstwerk laat zien hoe schepen beschadigd raakten. De burgemeester doopte het schip door een fles champagne tegen de boeg stuk te slaan.

Illustratie Almere skyline