Lang voordat er huizen stonden in Almere Poort, vonden onderzoekers hier vuurstenen werktuigen en resten van verbrand voedsel. Deze sporen komen van jagers die hier rond 6000 voor Christus leefden, in de Midden-Steentijd.
De jagers waren nomaden. Ze trokken rond en gebruikten de hoge zandgrond als plek om te jagen. In de lagere, natte gebieden verzamelden ze planten en ander voedsel.
Er zijn drie belangrijke plekken waar resten zijn gevonden: Jachtlust, De Kraak en De Geest.
Ook in de verre steentijd was Almere Poort een fijne en veilige plek om te wonen. Dat bleef zo, ook al veranderde er veel in het landschap, het klimaat en hoe mensen leefden.
Onderzoekers vonden kleine vuurstenen werktuigen en resten van verbrand voedsel. Zo weten we dat hier jagerskampen waren in de Midden-Steentijd, duizenden jaren geleden.
Misschien dreven de jagers grote dieren, zoals oerossen, het moeras in. Daar konden ze die veilig doden. Ook waren er veel pelsdieren en watervogels.
Ze vingen vis met fuiken (vallen in het water). En ze vonden kruiden, wortels, noten en bessen om te eten.