Direct naar paginainhoud

Vindplaats Zenit

Ruim 10.000 jaar geleden leefden jagers en verzamelaars bij de rivier de Eem, op de plek van de Spectrumdreef. Ze maakten werktuigen van vuursteen en verzamelden hazelnoten. De vondsten, zoals vuursteensplinters en verbrande notendoppen, laten zien dat ze hier regelmatig kwamen.

Een van de oudste plekken van Almere

Ruim 10.000 jaar geleden stroomde de rivier de Eem op de plek waar nu de Spectrumdreef ligt. In de bodem, ongeveer 5 meter diep, kun je dit nog zien. Daar liggen 2 belangrijke vindplaatsen: Zenit 1 en Zenit 2. Deze plekken zijn goed bewaard gebleven. Dat komt omdat ze op zandruggen liggen die later zijn afgedekt met een dunne laag veen. Hierdoor zijn de resten niet beschadigd door wind of water, wat op andere plekken wél vaak gebeurt.

Grondboringen en vuursteen

Er is op deze plek niet gegraven, maar wel onderzoek gedaan met grondboren. Zo zijn op een paar meter diepte monsters van de grond genomen. Elk monster was ongeveer 1,5 liter groot. In een laboratorium zijn de monsters gezeefd en bekeken onder een microscoop.

In deze monsters vonden onderzoekers veel kleine splinters van vuursteen. Dat laat zien dat hier vroeger werktuigen zijn gemaakt of gerepareerd. Vuursteen komt niet in Almere zelf voor, dus het moet van een andere plek zijn meegenomen, bijvoorbeeld van Urk of de Utrechtse Heuvelrug. Soms zaten er in één monster opvallend veel splinters, wat kan betekenen dat daar een werkplek voor vuursteenbewerking is geweest.

Hazelnoten 

Er zijn ook stukjes verkoolde (aangebrande) hazelnootdoppen gevonden. Hazelnoten groeien goed op zandgrond, dus de struiken groeiden hier waarschijnlijk gewoon in de buurt. In de herfst zijn hazelnoten rijp, dus misschien waren de mensen in die tijd van het jaar op deze plek. Maar omdat noten lang goed blijven, is een ander jaargetijde ook mogelijk.

De verkoolde dopjes zijn onderzocht. Ze bleken tussen de 11.000 en 10.500 jaar oud te zijn. Dat maakt Zenit tot een van de oudste vindplaatsen van Almere.

Waarschijnlijk gooiden mensen de noten in warme as om ze open te maken. Door de hitte werden de doppen bros, en konden ze makkelijk gekraakt worden met stenen. Soms verbrandde een dopje een beetje, en omdat dat niet meer verrot, bleef het duizenden jaren bewaard in de bodem.

Wat vonden ze nog meer?

Naast vuursteen en notendoppen zijn er ook stukjes natuursteen gevonden die niet uit deze omgeving komen. Ook vonden onderzoekers verbrand bot (etensresten), houtskool, en resten van pek. Die pek werd waarschijnlijk gebruikt om gereedschappen, zoals pijlpunten vast te zetten op een stok.

Hoe leefden de mensen toen?

De plek werd niet het hele jaar bewoond. Mensen kwamen hier steeds voor een korte tijd, misschien elk jaar, over een periode van 500 tot 700 jaar. Ze leefden als jagers en verzamelaars en trokken van plek naar plek.

Je kunt je voorstellen dat een kleine groep van zo’n twintig mensen – mannen, vrouwen en kinderen – hier in de herfst een kamp opsloeg. Ze kwamen vooral om te vissen, want in die tijd van het jaar zaten er veel vissen in de rivier. Ze vingen de vis met fuiken, visweren, speren en pijlen. Maar ze moesten ook oppassen: bruine beren kwamen ook op de vis af.

De gevangen vis werd gerookt boven het vuur. Zo bleef de vis goed, en kon meegenomen worden naar de volgende plek waar ze naartoe trokken.

Illustratie Almere skyline